Jouw profiel

Registreren Inloggen

Artikel

12
januari

Arts en

januari 12, 2024

views

‘Onszelf niet onnodig pijnigen’

Wat begon met een ingezonden stuk in de Volkskrant over zijn band met een patiënt, mondde uit in een serie columns en een boek. Anios Berend van Doorn geeft mensen een kijkje in zijn hoofd én schudt af en toe aan een boom. “Niet om mezelf te horen schudden, maar voor dingen die ik belangrijk vind.”

Helaas, jongens’, schrijft Berend van Doorn (30) in de groepsapp van ASV Arsenal zaterdag 8, een Amsterdamse amateur­club, gelegen vlak naast het Olympisch Stadion. ‘Als we dit seizoen van 21.00 tot 22.30 uur gaan trainen, dan kan ik niet meer, want ik moet elke ochtend om kwart voor zes op.’

Zijn leven lang heeft Van Doorn fanatiek gevoetbald (‘vooral hard werken en veel rennen’), maar na twee gescheurde kruisbanden doet hij dat nu op bescheiden niveau, met vrienden, voor de lol. ‘What the fuck, waarom moet jij altijd zo vroeg op?’, appt een van zijn teamgenoten terug. ‘Voor de overdracht die elke dag om 7.30 uur begint.’ En Van Doorn is wel een tijdje onderweg van Amsterdam naar het St. Antonius Ziekenhuis in Utrecht, waar hij als anios heelkunde werkt.

Dat appje zet hem aan het denken: waarom start de overdracht eigenlijk om 7.30 uur? Loopt alles in de soep als ze bijvoorbeeld een half uur later zouden beginnen? “Zodat je ’s avonds even laat naar bed kunt als je partner. Coassistenten niet zo hoeven te goochelen met ov-tijden en jonge dokters met een gezin eerst de kinderen naar de opvang kunnen brengen. Fellows iets later in de auto kunnen stappen voordat ze het halve land doorkruisen. Gewoon iets later beginnen, zodat we iets meer mee kunnen doen met de rest van de maatschappij. Volgens mij hoeft dat niet per se ten koste te gaan van de kliniek.” Dat toetst Van Doorn bij verschillende chirurgen (in opleiding). De meesten komen niet verder dan ‘we doen dit omdat het altijd zo is geweest’. Daarop besluit de anios een blog te schrijven voor Medisch Contact: Waarom is de overdracht nog om half 8?. Het stuk komt online als hij in het buitenland verblijft, met tijdverschil. “Ik werd midden in de nacht wakker, omdat mijn telefoon als een gek begon te trillen.”


‘De bovenste laag in het ziekenhuis hoort al jaren alleen maar ja en amen’

Zijn blog maakt de tongen los, zoveel is dui­delijk. Van Doorn krijgt vooral bijval. Natuurlijk zitten er haken en ogen aan, maar dat hij vastgeroeste tradities ter sprake brengt, wordt over het algemeen gewaardeerd. Al zitten er ook minder positieve reacties tussen. Een chirurg schrijft: ‘Berend, ga jij lekker naar je doordeweekse etentjes met vrienden en blijf anios. De maatschappij die jij voor jezelf en je generatiegenoten wenst, is niet maakbaar en een utopie voor een bemensbare geneeskunde!’

Daarmee geconfronteerd, haalt de anios zijn schouders op. “Er zijn nu specialisten die denken dat ik blijkbaar niet hard wil werken. Maar dat is niet zo. Ik werk keihard, en met plezier. Het is een serieus vak, waar je heel serieus mee moet omgaan, maar wel op het moment dat je het aan het doen bent. De randvoorwaarden kunnen wat mij betreft wel wat chiller.” Zodra die term eruit floept, corrigeert hij zichzelf: “Misschien is dat niet de beste woordkeus. Chill staat nogal ver af van de topsportstatus die het artsenbestaan voor sommige mensen heeft.”

Op het sterfbed

Dat er nog artsen zijn die hun werk niet als baan maar als hun identiteit zien, kan Van Doorn zich moeilijk voorstellen. “Ik vind dat ouderwets. Niemand zegt toch op zijn sterfbed: had ik maar meer tijd in mijn vak als chirurg gestoken? Of: had ik deze operatie maar gekund? Of: had ik maar nog minder tijd aan mijn gezin besteed? Bovendien kun je je afvragen of je per definitie een minder goede dokter bent als je ook van je vrijetijd wilt genieten. Neem je je vak minder serieus als je graag een Cham­pions League-wedstrijd kijkt en niet alle avonduren in onderzoek steekt? Zijn mensen die alles voor hun werk opgeven ook de fijnste collega’s? Degenen waar je altijd op kunt bouwen, degenen die het best een patiëntrelatie kunnen onderhouden? Gaat dat altijd hand in hand? Ik denk van niet.”

Weer denkt hij even na over wat hij daarnet heeft gezegd. “Ik ben een flapuit. En ik weet: dat wordt niet altijd door iedereen gewaardeerd. Als je ergens aan een boom schudt, dan zijn er altijd mensen die zeggen: dit is de boom waar ik woon en ik hou ’m graag zo, met de wortels in de grond.” Toch weerhoudt hem dat er niet van om ‘aan bomen te blijven schudden’. “Niet om mezelf te horen schudden. Wel voor dingen die ik belangrijk vind.”

Dat zijn bijvoorbeeld de omgangs­vormen in het ziekenhuis. De eerste keer dat Van Doorn daarmee kennismaakt, is tijdens zijn eerste coschap, dermatologie. “Op de poli was ik met een aios aan het praten. Vriendelijke gast, paar jaar ouder dan ik. Na de lunch zag ik hem weer en had hij een OK-pakje aan. Ik tikte hem op zijn schouder en grapte: ‘Ga je lekker snijden, man?’ Toen keek hij me aan op een manier alsof ik over de schreef was gegaan. Ik dacht: wow, er is hier blijkbaar iets veranderd. Bij hiërarchie in het ziekenhuis had ik altijd het beeld van een professor, 60+, snor, norse blik, die met de handen op de rug over de afdeling loopt. Maar de praktijk is anders. Er zijn allemaal lagen: de coassistent kijkt op tegen de anios, want die moet hem beoordelen. De anios kijkt weer op tegen de fellow en die weer tegen de bazen, want iedereen wil een goede beoordeling, in opleiding of een vaste aanstelling. Gevolg hiervan is dat de bovenste laag al jaren alleen maar ‘ja en amen’ hoort.”

Dat merkt Van Doorn bijvoorbeeld als hij een avond organiseert over het landelijke anios-tekort. Hij nodigt a(n)iossen uit én twee opleiders om in alle openheid dit probleem en mogelijke oplossingen op tafel te leggen. “Er waren best veel aiossen en aniossen die wat zeiden, maar wel omslachtig. ‘Ik haal echt mijn kracht hier- en hieruit, maar …’, en dan kwam er iets kleins. Later in de studenten­kamer, zonder die opleiders erbij, ging iedereen zeggen wat-ie er écht van vond, zonder al die voorwaarden. Dat vind ik wel jammer. Het zou toch zo moeten zijn dat ieder zich kan uitspreken zoals je dat tegen je partner of tegen je vrienden in de kroeg doet.”

Afhankelijkheidspositie

Al is het niet zo dat Van Doorn wars is van hiërarchie. “Een bepaalde vorm van hiërarchie is belangrijk en nodig. Er is een duidelijke chain of command, er is iemand eindverantwoordelijk. En misschien heb ik wel makkelijk praten, want ik sta onderaan de ladder en voel die eindverantwoordelijkheid niet. Maar volgens mij hoeft die verantwoordelijkheid niet te betekenen dat je onder het mom van patiëntveiligheid bot kan doen tegen anderen. Je werkt met veel jonge mensen, die foutjes maken, die aan het leren zijn, die in een afhankelijkheidspositie zitten. Ik vind dat je daar respectvol en empathisch mee om moet gaan. Maar sommigen lijken weleens te vergeten dat ze zelf ook in die positie hebben gezeten.”

Maar nu heeft Van Doorn, zo besluit hij, wel aan genoeg bomen geschud voor vandaag. “Een beetje discussie op gang brengen, vind ik wel leuk, maar ik ben geen bulldozer. Het stuk over de overdracht was de eerste prikkelende column die ik schreef. Het liefst praat en schrijf ik over vette patiëntcontacten. Ik geef mensen graag een kijkje in mijn hoofd. Ik wil laten zien dat artsen soms ook onzeker zijn, weleens fouten maken, het moeilijk vinden om iemand te vertellen dat hij kanker heeft. In deze tijd, in de nasleep van corona, merk je dat mensen soms best sceptisch naar artsen kijken. Dat ze onze intenties in twijfel trekken, dat we behandelingen wel of niet zouden doorzetten om onze zakken te vullen. Dat vind ik kwalijk. Met mijn stukken hoop ik er een beetje aan bij te dragen dat de publieke opinie over artsen weer wat verzacht.”

Geen generatie

Het begint in 2022 allemaal met een stuk over Jantje, een ras-Amsterdamse patiënt, wiens bovenbenen geamputeerd moeten worden. Met hem bouwt Van Doorn – dan nog coassistent – in korte tijd een bijzondere band op. Ze delen de liefde voor voetbal en Ajax en fantaseren samen over ‘de mooiste goals uit eigen keuken’. Hij stuurt het verhaal op naar de Volkskrant. “Tot mijn verbazing werd het geplaatst. En nadat ik het stuk op LinkedIn deelde, werd ik bedolven onder de reacties.” Waaronder eentje van traumachirurg Marijn Houwert van het UMC Utrecht, die Van Doorn in het zadel helpt bij Medisch Contact. De twee maken kennis en blijken veel gemeen te hebben. Ze trekken zich het lot van jonge dokters aan, ze houden van schrijven en van voetbal. “Marijn vindt het belangrijk de stem van de nieuwe generatie te laten horen en hij zag in mij iemand die dat kan doen.” Zelf ziet Van Doorn dat trouwens iets anders: “Ik ben geen generatie, ik ben mezelf en ik ben geen standaard-anios. Als je alle aniossen op een hoop gooit en je pakt de mediaan eruit, dan zit hier denk ik iemand anders.”

Sowieso is hij niet zo van het categoriseren. “Ik vind het lastig om voor een hele generatie te spreken. De een gaat na geneeskunde eerst promotieonderzoek doen om de kansen op een opleidingsplek te vergroten, maar steeds vaker ook om niet direct het hardcore zieken­huis­­leven te leiden. Om diezelfde reden zijn er ook basisartsen die voor de ouderenzorg of een ander bestaan buiten het ziekenhuis kiezen. Ik denk dat dit de belangrijkste redenen zijn van de anios-tekorten in ziekenhuizen. Maar er zijn ook nog steeds basisartsen die wel voor de kliniek gaan. Waarbij de een kiest voor parttime en een ander zijn hele leven op het werk richt.”

En dan is er nog de ‘niet-standaard-anios’, die inmiddels, samen met Marijn Houwert, een eigen boek (Blessuretijd) met korte verhalen heeft uitgegeven, die fulltime en hard werkt in het ziekenhuis, maar ook vindt dat het soms wel wat chiller kan. Met een glimlach: “Ik vind mijn baan echt heel leuk, ook als de overdracht om half 8 begint. Maar op sommige vlakken kan het, met wat kleine aanpassingen, misschien een onsje minder. En waarom zouden we dat níet doen als de patiëntenzorg er niet onder lijdt? We moeten heel veel, we moeten hard werken, maar we hoeven onszelf toch niet onnodig te pijnigen?”

Curriculum vitae

Beeld Nout Steenkamp | Berend van Doorn

Berend van Doorn (1994), geboren in Amsterdam

* 2014-2021 geneeskunde, Universiteit van Amsterdam

  • 2014-2021 geneeskunde, Universiteit van Amsterdam
  • 2021-heden columnist Medisch Contact
  • 2022-2024 anios chirurgie, St. Antonius Ziekenhuis
  • 2022-heden initiator ‘Het Ballenalarm’, voor stichting Zaadbalkanker
  • 2023 auteur Blessuretijd
  • 2024-heden anios chirurgie, Meander Medisch Centrum

What's your reaction ?

Comments (0)

No reviews found